GRAVEN – Karel Verhoeven

Met GRAVEN vindt Karel Verhoeven een tijdelijk rustpunt in zijn continue zoektocht naar het uiteenrafelen van textuur, materie en compositie. Karel reconstrueert architecturale en sculpturale structuren en voor hem opmerkelijke vondsten, artefacten tot grafische werken met duidelijke keuze voor materialen. Karel speelt met beelden en objecten en legt ze op eigenzinnige wijze vast.

Zoals een archeoloog gaat Karel op zoek naar onderliggende structuren en brengt deze naar de oppervlakte, maakt ze zichtbaar.

GRAVEN kwam tot stand tijdens een residentie in het Frans Masereelcentrum (FMC). Karel keerde terug naar zijn roots: die als graficus. In het FMC kon hij de sprokkels informatie samenbrengen van vele jaren rondkijken; het vasthouden van kleine -soms bij toeval gevonden- fragmenten; het uitsnijden, fileren van architectuur.

GRAVEN moeten we zien als een momentopname, van een jarenlang onderzoekstraject.

De introductie van de expositie is een terugblik op zijn werkperiode op het eiland Isola Comacina. Karel spitte daar een boek over Romeinse Architectuur uit, dissecteerde het en woelde het om zoals een archeoloog.

Vandaaruit exploreerde Karel de modernistische stad Como en legt de grens bloot tussen de klassieke en de modernistische stad.

Hoe patronen in het landschap zich als sculptuur en uiteindelijk als architectuur oprichten is een constante zoektocht in Verhoevens werk.

Verder in de expositie zie je hoe hij op een speelse, sculpturale manier  rotsformaties in Bretagne en La Gomera omwentelt  en er als het ware een nieuwe omgeving houwt.

Als protoganist in deze ruimtelijke suggesties, scenes. plaatst Karel de man van Tollund. Deze prehistorische man werd in Denemarken in een veen opgediept en is één van de best geconserveerde prehistorische lijken. Karel toont de verschillende gedaantes van de man.

Bijzonder in GRAVEN is dat Karel zich niet laat binden door een medium of techniek. Vorm volgt voorwerp. Medium past zich aan de vereisten van het beeld aan. Het archeologisch onderwerp krijgt een nieuwe invulling door de keuze aan ruimte, beeld en materialen. Karel slaagt er in om van materiële vondsten met als tussensprongetje fotografie en grafiek nieuw architecturaal, visueel en sculpturaal werk te tonen waarin de materie en vorm terug centraal staan.

Met je scenes voor de kouter, sint amandsberg en de westerbegraafplaats blaas je  publieke ruimtes weer wat leven in. Maak je van statische pleinen/ grasvelden terug een speelterrein, een ontmoetingsplek. Met het werk dat je hier brengt geef je je “vondsten” ook een nieuw leven. Hoe rijm je dat? Het ene is heel hedendaags terwijl wat je hier toont boordevol geschiedenis zit.

Het vertrekpunt van de Scenes was ook historisch.

Enerzijds is er de inspiratie die ik putte uit de scenografiën van de Zwitserse muzikant / architect Adolphe Appia die in het kader van Wagners opera’s als eerste ruimtelijke structuren gebruikt. Voordien werd ruimte op theater gesuggereerd door geschilderde tableaus.

Een andere insteek is het werk van de Nederlandse modernistische architect en kunstenaar Aldo Van Eyck. Hij realiseerde in de jaren ’50 en ’60 honderden abstracte speeltuinen voor de Amsterdamse binnenstad.

Met mijn Scenes wou ik een hedendaagse fysieke toevoeging doen aan bestaande publieke ruimtes vanuit een esthetische en sociale behoefte.

Veelal ontstaat mijn werk vanuit geschiedenis, anecdote en observatie. Soms vind ik zaken die ik vertaal naar een ander medium en op die manier nieuwe lagen bloot leg, andere keren heb ik de noodzaak om in een bestaande omgeving zaken toe te voegen.

In veel van je werk vind ik sociaal engagement terug. Ben je bezig met hoe we omgaan met onze publieke ruimte. Ook je engagement in “sociaal artistieke” projecten is me niet ontgaan. Waar vind ik dit terug in deze tentoonstelling?

Ik heb inderdaad een grote behoefte om mijn werk in  de pragmatische realiteit te mengen. Ik hou ervan om in bestaande contexten een laag toe te voegen, maar ook vooral om er deel van uit te maken. Ik voel mij een nomade die steeds zijn habitat verschuift ,overal zaadjes plant, en vruchten oogst. Waar  geen artistieke verwachtingen zijn hou ik van de verrassing, de interventie. Als een archeoloog/antropoloog duik ik  in contexten  om te ontdekken hoe mensen die contexten aanwenden, plaats nemen en ruimte vullen. Met dit materiaal speel ik door te filteren of toe te voegen.

Bovenal ben ik graag gewoon mens, onder de andere mensen. En niet een soort afstandelijke solitaire kunstenaar. Ik zie mezelf als een architect / regisseur van het dagelijkse leven, als een nieuwsgierighaard, als een brugfiguur die verbindingen legt vanuit een grote esthetische behoefte en de noodzaak om mensen uit hun isolement te halen.

In dit werk vertrek je van materie of een bepaalde structuur , hou jehet beeld even vast en zet het  dan terug om. Waarom kies je voor een bepaald medium? Hoe kies je voor een bepaalde materie? Welke verandering in je werk heeft je de kennismaking met FMC, gedaan?

Ik pin me niet vast op één medium. Aanvankelijk werkte ik als graficus, maar gaandeweg ontdekte ik de mogelijkheden van tijd en ruimte: video, performance, architectuur en sculptuur. Het resultaat hiervan zijn vaak langdurige en complexe projecten die heel hard ontstaan vanuit een context. In die zin moet het medium zich vaak onderschikken aan de pragmatiek van de zaak en de context. Materie en tactiliteit komt in elk medium terug. Texturen en een uitgepuurde, speelse vormentaal vanuit ruimtelijke kwaliteiten is een constante. Door mijn werk in het FMC heb ik terug de behoefte om ongeacht context en project beelden te maken. En tot in het zuivere detail te kunnen werken. Als een spons zuig ik beelden, indrukken en ruimtes op. Belangrijk is om deze op een spontane en directe manier te kunnen materialiseren. Het grafische medium op verschillende materialen / dragers is hiervoor uitstekend.

Wanneer houdt dit project op?

Einstein zij ooit, een idee is pas interessant als er een volgend idee uit ontstaat.

Dit project staat verder dan een idee, het is een serie werk met vele nieuwe mogelijkheden . Het einde is  niet in zicht. Integendeel. Ik heb het gevoel nu pas  mijn medium ontdekt te hebben en wil als autonome graficus zoveel mogelijk continuïteit in dit werk krijgen. Mijn harde schijf puilt uit met bronmateriaal dat ik zeer graag verder verwerk. Er staan ook een aantal specifiek reizen op mijn lijstje om nieuw materiaal op te rakelen.

Wat zijn je volgende projecten? Welke projecten lopen nog? En kan je al iets zeggen over welke onderwerpen in het verschiet liggen?

Onlangs won ik een kunstintegratiewedstrijd voor een WZC in Poperinge. Ik  ben volop met de voorbereidende fase bezig. De realisatie komt er in de lente 2017.

Voorts breng ik een audiovisueel project, ontstaan op het eiland La Gomera met collega kunstenaars Elias Heuninck en Emi Kodama, in première in 2017. Vanuit de ruimtelijke en auditieve kwaliteiten van het eiland maakten we een ruimtelijke audiovisuele voorstelling.

Ik werk aan een boek getiteld Scenographics: een verzameling fotografische beelden van publieke ruimtes: parken, eilanden, gebouwen, begraafplaatsen etc. op verschillende plaatsen in Europa. Het toont vanuit bestaande plaatsen, hoe ik naar de omgeving kijk als een scene: een geconstrueerde plaats van waaruit spel en conflict, figuranten en protagonisten gebruik maken.

Op het verlanglijstje staat een reis naar het Baskenland om een beeldenreeks te maken over de balsport Pelota. Overal in het Baskenland zijn structuren gebouwd in de publieke ruimte om dit balspel te spelen. Iets wat me nogal interesseert.

Daarnaast wil ik naar Mexico om er verder te werken aan mijn reeks Anything Can B_ A Car. Sinds een tiental jaren maak ik foto’s van hoe mensen constructies bouwen op parkeerplaatsen om deze bezet te houden. Vanuit dit beeldenarchief ben ik onlangs kleine olieverfschilderijen gaan maken op paneel, resthout. Mexico is de bakermat van dit fenomeen. Graag wil ik er als een landschapsschilder in de straten, parkeerconstructies gaan schilderen.